Persoonlijk

Nora’s tweede week | Een week van eerste keren

22 mei t/m 28 mei

Op 22 mei is Nora precies één week oud. De voorgaande week was denk ik de spannendste en heftigste uit mijn leven. Hoewel ons meisje het vanaf het begin heel goed deed, zitten we elke dag in spanning. Blijft het wel goed gaan? Wat als haar bilirubinegehalte niet uit zichzelf gaat herstellen? Hoe lang moeten we hier nog blijven? Deze tweede week is een week van eerste keren. Voor het eerst kleding aan, voor het eerst uit de couveuse en voor het eerst oefenen met drinken. Maar het is ook een week van oververmoeidheid en piekeren.

‘Jij gaat naar buiten’

De 22e hebben we een verpleegster die houdt van aanpakken. ‘Jij gaat vandaag even lekker naar buiten’, zegt ze. Tot die dag had ik letterlijk alleen maar in mijn ziekenhuiskamer gezeten, ik was niet eens de gang op geweest om even over de afdeling te lopen. Te confronterend om andere mensen te zien, denk ik. Ze blijft aandringen dat ik in de rolstoel moet, hoewel ik daar helemaal geen zin in heb en het allemaal maar overdreven vind. Alsof ik niet gewoon kan lopen. We krijgen een enorm krakkemikkige rolstoel mee en voor we de afdeling af zijn breekt één van de voetsteunen al af. Ach, hebben we ook weer eens een lolletje. We maken een klein rondje rond het ziekenhuis en zitten even op een bankje. We krijgen het gevoel dat we ons normale leven weer moeten oppakken en ik heb er totaal geen zin in. Vanaf zaterdag heb ik geen recht meer op maaltijden in het ziekenhuis en mag ik in principe de apparatuur, zoals het kolfapparaat, niet meer gebruiken. Dat is dus ook onderwerp van gesprek die eerste keer dat we met zijn tweeën zijn.

Beide voeten op de grond

Terug in het ziekenhuis lopen Jeroen en ik mijn eerste rondje over de afdeling. Op elke deur hangen namen van kindjes, velen die ook te vroeg geboren zijn. In de koffiehoek zitten ouders koffie te drinken en met elkaar te lachen. Ik word er misselijk van. Het klinkt stom, maar het lijkt of ik me dan pas realiseer dat er ook een leven is búiten mijn ziekenhuiskamer.  Dat het op deze afdeling niet alleen om ons en om Nora draait.  Mensen die hier misschien al weken zitten, kindjes die er veel slechter aan toe zijn dan Nora. Ik besef me ineens dat er een moment komt – misschien wel sneller dan ik denk – dat ik mijn leven ook weer een beetje op moet gaan pakken. De gedachte alleen al vind ik bijna ondraaglijk.

Op zaterdag 23 mei komen mijn schoonouders en -zussen weer even langs bij het ziekenhuis. Ik besluit dat ik toch wel even naar buiten wil. Voor het eerst in anderhalve week trek ik weer eens een jurk aan en doe ik wat make-up op. Op de gang van de afdeling komen we mijn oude verloskundige tegen – die van toen ik nog gewoon naar de praktijk ging en er geen vuiltje aan de lucht was. Ze was twee dagen eerder ook al even bij me langsgekomen in het ziekenhuis. ‘Wat zie je er alweer goed uit’, zegt ze en ik moet zeggen dat ik me ook een stuk beter voel. Als we beneden in het ziekenhuis lopen merk ik dat ik toch nog wel duizelig ben. Het is fijn om even wat bekenden te zien en spreken, maar met mijn gedachten ben ik er niet helemaal bij. Een gesprek voeren kost me veel energie en ik merk dat ik zelf nog maar amper op een rijtje heb wat er de afgelopen week allemaal is gebeurd – laat staan dat ik het kan vertellen aan anderen. Die middag wordt Nora verhuisd naar een andere kamer. De eerste week hadden we een kamer voor onszelf maar nu moeten we een kamer gaan delen met een ander kindje. Waar ik een dag geleden nog in die ziekenhuisroes zat, is dat nu snel voorbij. Weer even met beide benen op de grond gezet.

Voor het eerst thuis zonder Nora

Ik doe ’s nachts geen oog dicht. Midden in de nacht wordt Nora weer geprikt op haar bilirubine. Het prikken lukt niet goed waardoor er mensen van het lab langs moeten komen. Haar waardes zijn weer niet goed dus moeten de lampen midden in de nacht weer geïnstalleerd worden. Ik heb een chagrijnige verpleegster die ‘het wel op prijs zou stellen als ik even kom helpen’. Met het blauwe licht in de kamer kan ik amper slapen. Als ik ’s ochtends na een paar uurtjes toch wakker word, merk ik dat ik echt op ben. Ik slaap nu al anderhalve week amper, moet elke drie uur kolven en snak naar een fijn bed in een donkere kamer zonder piepjes, binnenlopend personeel en huilende baby’s. Overdag ga ik voor het eerste even naar huis. Mijn ouders komen langs want het is mijn moeders verjaardag. Thuis weet ik me echt geen raad, het voelt raar om hier te zijn. Alsof we helemaal geen kind hebben gekregen. Zondagavond treffen we in het ziekenhuis de aardige verpleegster die we ook hadden de nacht dat Nora werd geboren. Ze ziet dat ik moe ben en er doorheen zit en vraagt me waarom ik niet lekker een nachtje thuis ga slapen. Ik vertel haar dat ik dat later deze week wel een keer wil doen. ‘Waarom niet nu? Je bent nú toch harstikke op?’ vraagt ze. We gaan er even over nadenken. Zodra ze de kamer uit is, komen de tranen weer. Ik ben inderdaad kapot. Ik vertel Jeroen dat ik echt graag een nachtje thuis zou willen slapen. Voor hem is dit echter even een omschakeling. Natuurlijk gunt hij me een goede nachtrust, maar we hadden niet bedacht dat ik zo snel al een nachtje naar huis zou gaan. Beiden weten we even niet hoe we met de situatie moeten omgaan. Ruzie is het laatste wat ik wil maar toch eten we in stilte onze avondmaaltijd en blijft Jeroen achter in de koffiehoek terwijl ik terugga naar de kamer. Als de verpleegster terugkomt, doe ik snikkend mijn verhaal. Ik voel me net een kind dat op school aan het huilen is bij de juffrouw. Alsof de juf twee ruziënde kindjes het wil laten bijleggen. Jeroen begrijpt gelukkig dat het zo echt niet langer kan en dat ik vanavond mee naar huis moet. ‘En dan ga je ook wat minder vaak kolven vannacht’, zegt ze. ‘Even bijtanken.’ Het bleek de beste nacht sinds bijna twee weken te worden en sinds die nacht heb ik niet meer in het ziekenhuis geslapen.

Eindelijk uit de couveuse

Dinsdag 26 mei is een bijzondere dag. Vandaag mag Nora écht uit de couveuse en word ze gepromoveerd naar de warmtewieg. Ook mag ze vandaag voor het eerst kleertjes aan, die uiteraard zorgvuldig door mij zijn uitgezocht. Terwijl Nora met Jeroen ligt te buidelen, leggen we de kleertjes alvast in de warmtewieg zodat ze goed warm kunnen worden. Daarna verschonen we Nora voor het eerst op het verschoonkussen in plaats van in de couveuse. Ik vind het spannend want ben gewend om het verschonen altijd samen met Jeroen te doen. Dat ik hier nog steeds geen handig- en snelheid in heb, irriteert me. Het aankleden is ook een hele uitdaging, echt een gefrummel met zo’n klein lijfje. Nora’s outfit in maatje 44 is nog een beetje aan de grote kant maar met haar tempo groeit ze daar vast snel in. Wat een verschil maakt het om je baby met kleding aan te zien. Ook het wiegje is een hele vooruitgang ten opzichte van de couveuse. Je hoeft geen deurtjes meer te openen om haar aan te kunnen raken en hoewel ze nog steeds erg klein is en aan allerlei kabeltjes ligt aangesloten, voelt het toch als een flinke stap vooruit.

Voor het eerst drinken

Op woensdag 27 mei is Nora 34 weken oud. Dat is het moment dat ze voor het eerst mag gaan oefenen met drinken. Dit is de eerste dag dat Jeroen weer aan het werk is en dat ik alleen naar het ziekenhuis ga ’s ochtends. Ik vind het doodeng. Gelukkig hebben we een leuke verpleegster die voorstelt Nora voor het eerst aan de borst te leggen. Wat een bijzonder moment. Met grote ogen kijkt Nora me aan. Ze probeert al twee keer goed te zuigen en valt dan direct in slaap. De verpleegster geeft aan dat ze hier voor een eerste keer al heel blij mee zijn! Ze hoeft nu echt nog geen voeding binnen te krijgen, maar het oefenen met zuigen en slikken is heel belangrijk. Morgen gaan we het gewoon weer proberen.

Fotomodel voor een dagje

Op donderdag de 28e, één dag voordat Nora twee weken oud is, staat er een fotoshoot op de planning. Stichting Earlybirds  fotografeert prematuren maar werkt momenteel niet vanwege Corona. Gelukkig werkt er in het ziekenhuis een zuster die ook hobbyfotograaf is en graag onze kleine meid vastlegt. Nora wordt gefotografeerd in haar wiegje, op mijn buik en zelfs nog even in de koffiehoek van de kinderafdeling omdat daar het licht wat beter is. Als ik mijn kleine meisje op een tafel zie liggen, krijg ik spontaan medelijden met haar. Op 28 mei krijgen we bovendien het beste nieuws sinds die twee weken. Nora’s bilirubine is eindelijk stabiel. Dat betekent voorlopig even geen vervelende prikjes, blauwe lampen en slaapmaskertjes meer. Haar handje is inmiddels blauw van het vele prikken dus gelukkiger kun je ons op dit moment niet maken. Ook qua groei doet ze het fantastisch. Waar ze eind vorige week nog net onder haar geboortegewicht zat, weegt ze nu al ruim 2200 gram.

Schuld en spijt

Bij mij begint deze week het schuldgevoel steeds meer te knagen. Als ik thuis ben, heb ik veel meer tijd om te piekeren. Ik voel me schuldig dat ik Nora niet langer dan 32 weken binnen heb kunnen houden, dat ze al deze ellende nu moet ondergaan en dat er niks is wat ik voor haar kan doen. Nu ik mezelf langzaamaan lichamelijk weer meer de oude voel, lijkt het wel alsof ik mijn zwangere buik nog meer mis. Ik kijk slecht terug op de bevalling en voel me schuldig dat ik niet meer van de zwangerschap genoten heb. Bovendien weet ik helemaal niet hoe ik dat moet doen, een kind opvoeden. Nog steeds voelt het regelmatig alsof Nora niet mijn kindje is. Dat ik haar nog geen een keer op heb mogen tillen of écht vast heb mogen houden -wiegend rondjes met haar heb mogen lopen bijvoorbeeld-, draagt daar vast aan bij. En natuurlijk vind ik het lastig dat ik haar niet aan anderen kan laten zien. Ondanks de vermoeidheid twijfel ik er niet over om een ziekenhuisbezoekje over te slaan. Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Toch vind ik het allemaal maar oneerlijk. Anderen hebben hun kindje snel thuis en kunnen daar in alle rust genieten, ik ben nog geen twee weken geleden bevallen en rijd dagelijks twee keer heen en weer naar het ziekenhuis om even met haar samen te mogen zijn.

Wil je meer lezen? Lees hier:

2 Comments

  • Manita

    En weer lees ik je blog met tranen in mn ogen. Wat moeten jullie je machteloos en eenzaam gevoeld hebben. En wat had ik je graag lekker vastgepakt en geknuffeld. Wanneer we jullie belden waren jullie steeds opgewekt en liet je niet zien hoe moeilijk je t had……en weet je dat snap ik maar anderzijds had ik t willen weten/ zien zodat ik/ wij misschien iets konden betekenen voor jou/ jullie. Als je t terugleest is er veel gebeurd de 1e twee weken en wat heeft dat dappere meisje grote sprongen gemaakt!

  • licia

    Wat hadden jullie graag een prettiger kraamtijd gegund met veel minder zorgen. Er kwam zo ontzettend veel en onverwacht op jullie af. Zo begrijpelijk dat jullie je moe, machteloos en eenzaam voelden.
    Maar jullie zijn er al die tijd op een fantastische manier voor Nora geweest en hebben alles gedaan wat maar mogelijk was. Ik ben zo trots op jullie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *