Persoonlijk

15 mei 2020 – Toen het nog een ‘normale’ vrijdag leek

In de nacht van dinsdag 12 op woensdag 13 mei werd ik opgenomen in het ziekenhuis in Gouda omdat ik vruchtwater verloor met 32 weken zwangerschap. Eerder schreef ik al over de eerste twee dagen in het ziekenhuis. Ik kreeg longrijpingsinjecties voor de baby en weeënremmers om de bevalling zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe lang dat zou lukken, wist niemand. Dat kon een paar uur zijn, een paar dagen of zelfs weken. Het enige wat ik zeker wist, is dat ik met 37 weken zwangerschap ingeleid zou worden als de baby dan nog niet geboren zou zijn.

Geen beweging meer

Waar ik in de nacht van woensdag op donderdag best goed had geslapen, was dat van donderdag op vrijdag wel anders. Ik had krampen. Niet heel veel, niet heel heftig en al helemaal niet regelmatig dus ik zocht er totaal niks achter. Ook het personeel leek niet onder de indruk. Achteraf denk ik dat dat misschien een bewuste houding is om aanstaande moeders – zeker in het geval van vroeggeboorte – geen extra spanning te bezorgen. De kramp was absoluut niet zo erg dat ik er niet van kon slapen, maar toevallig had mijn kamergenote die nacht ook krampen gekregen. En hoewel onze bedden van elkaar gescheiden werden door een gordijntje, hoorde ik het elke keer dat ze zichzelf omdraaide, kreunde en naar het toilet ging. Uiteindelijk heb ik zo’n twee uurtjes licht geslapen en werd ik om 04:00 uur in de nacht wakker. Nog steeds die lichte krampen en aangezien de focus in het ziekenhuis zo lag op het voelen van de baby, probeerde ik contact met haar te maken. Nu had ik niet de meest beweeglijke baby tijdens mijn zwangerschap, dus dit was soms een flinke uitdaging en ik maakte me niet direct zorgen als het niet lukte. Wat vaak wel hielp was om op mijn linkerzij te gaan liggen. Nu niet. Wat ik ook deed, ik voelde niks. Geen trapje, plopje of wat dan ook. Naarmate de minuten verstreken, begon ik me meer en meer ongerust te maken en riep ik er een verpleegster bij. Mijn buurvrouw lag net aan de CTG en ze gaf me een sterk gevoel van ‘ohhh, jij ook ineens?’ We spraken af dat ik even aangesloten zou worden zodra de buurvrouw van de CTG af ging. Dat was uiteindelijk om 06:00 uur ’s ochtends. Ik kan je zeggen, dat zijn twee lange uren als je je baby maar niet voelt en achteraf baal ik dat ik niet geëist heb dat er direct naar de baby werd gekeken. Gelukkig zag alles er goed uit en, zoals dat altijd gaat, begon ik de baby meteen weer meer te voelen.

De laatste buikfoto

Om 09:45 stuur ik Jeroen een foto van mijn buik. Ik had even lekker gedoucht en voelde me weer een stuk beter. Achteraf is dit de laatste foto die ik van mijn zwangere buik heb gemaakt, maar ja, wist ik veel! Gelukkig komt Jeroen weer een paar uurtjes naar het ziekenhuis, fijne afleiding. Overdag heb ik een fijne verpleegster en ik vraag haar of ik heel misschien iemand anders zou mogen laten langskomen. Eigenlijk niet, zegt ze, vanwege de coronamaatregelen, maar op het moment dat zij dienst heeft wil ze wel een uitzondering maken. Ik vraag mijn moeder of ze de volgende dag een paar uurtjes langs wil komen en wat voor me mee wil nemen. Een puzzelboekje, scheermesjes, een extra pyjama en lekkere crèmespoeling voor mijn haar. Gedurende de dag blijven de krampen komen. Ik download voor de zekerheid een app om weeën te timen en probeer wat bij te houden, maar er zit totaal geen regelmaat in. Bovendien duren de krampen maar zo’n 30 tot 40 seconden dus er gaat geen enkel belletje rinkelen dat dit weleens weeën zouden kunnen zijn. Als ik naar het toilet ga, zie ik dat ik wat bloed. Ik verlies al drie dagen vruchtwater en loop dus al drie dagen met charmant kraamverband in mijn onderbroek, maar doe er voor de zekerheid nog één extra in.

De kamer weer voor mezelf

Om 15:00 uur wordt mijn kamergenote naar een verloskamer gebracht. Gelukkig maar, want de weeën waren bij haar overduidelijk wel begonnen en het is – zacht gezegd – niet heel prettig om naast iemand te liggen met weeën terwijl je weet dat dat jou ook nog te wachten staat. Eindelijk weer de kamer voor mezelf! Rond 15:45 komt de verpleegster van de avonddienst zich voorstellen. Ze lijkt me aardig. Ik vraag haar of ik mijn vruchtwater straks even aan haar mag laten omdat ik wat bloed verlies en me afvraag of dit normaal is. Dat is geen probleem zegt ze. Ik mag niet teveel bewegen maar ze raadt me aan om, als alles rustig blijft, vanavond even  buiten een rondje te maken in een rolstoel met Jeroen. Dat lijkt me een goed idee want de muren komen nu al op me af in deze ziekenhuiskamer. Ik app Jeroen dat de krampen wel wat erger zijn en dat ik niet kan praten op het moment dat ik er één heb. Nog steeds – en ja, ik snap achteraf ook niet hoe dit kan – heb ik nul vermoeden van een naderende bevalling. Al ik weer naar het toilet ben geweest, druk ik op de bel om mijn kraamverband aan de verpleegster te laten zien. Dat is even een drempel over, maar ze zien wel gekkere dingen – probeer ik mezelf vol te houden. Ze schrikt er niet van, maar zegt wel dat het zeker lijkt alsof er ‘iets’ aan de gang is. We spreken af dat ze me na het avondeten weer aansluit aan de CTG.

Een laatste telefoontje

Omdat het inmiddels duidelijk is dat ik het ziekenhuis niet meer mag verlaten voor de baby er is, kan ik niet meer werken. Normaliter moest ik nog zo’n vier weken tot aan mijn zwangerschapsverlof, maar om 16:15 bel ik met mijn leidinggevende om aan te geven dat dat er helaas niet meer in zit. Hij wenst me veel succes en we hangen op. Ik merk dat ik minder last heb van de krampen als ik sta, of liever nog loop, dus ik blijf maar rondjes lopen door de kamer. Mijn timer app, waarop ik nog steeds krampen bijhoud, meldt dat dit het juiste moment is om naar het ziekenhuis te gaan. ‘Wat een onzin’, denk ik, er nog steeds van overtuigd dat het alleen maar voorweeën of indalingsweeën zijn. Wel worden ze alsmaar heftiger en komen ze ook vaker, dus voor de zekerheid Google ik op het verschil tussen voorweeën en ontsluitingsweeën en op dingen die ik kan doen om het draaglijker te maken. Om 16:41 app ik een vergelijkingstabel naar Jeroen met daarbij het bericht: ‘Zijn nog maar voorweeën en ga dood. Zit echt te creperen hier.’ Little did I know. :)

Wil je meer lezen? Lees hier:

2 Comments

  • Licia

    wat een verhaal weer, en dat je zelf bij een eerste bevalling met 32 weken er niet meteen aan denkt dat de bevalling is begonnen begrijp ik. Maar dat het personeel op de afdeling dat niet ziet en je niet beter begeleidt vind ik op zijn minst heel bijzonder. Jij hebt het fantastisch gedaan!!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *