Persoonlijk

15 mei 2020 – De eerste uurtjes met Nora

Op 15 mei 2020 wordt precies om 20:30 na een snelle, heftige en hectische bevalling onze kleine Nora Mae geboren. Ik ben die dag 32 weken en 2 dagen zwanger. Zodra ze ter wereld komt, begint ze hard te huilen. Dat is een goed teken, want een aantal dagen voor de bevalling was ik door een kinderarts gewaarschuwd dat er een grote kans is dat de baby hulp nodig heeft bij het ademhalen en dat ze in dat geval direct na de bevalling bij me wordt weggenomen. Dat is bij ons gelukkig niet het geval. Nora wordt meteen bij me weggelegd. Zelf heb ik totaal geen idee wat er zojuist gebeurd is, dat dit míjn kindje is dat geboren is. Ik besef er helemaal niks van en moet van de verloskundigen te horen krijgen dat ik haar aan mag raken en  vast mag houden.

Wát is er zojuist gebeurd?

De geboorte van je kindje zou één van de mooiste gevoelens ter wereld zijn, maar ik voel niet zoveel op dit moment, al vind ik het enorm lastig om dit te typen. Ik heb niet het gevoel dat ze bij ons hoort, dat ze de mooiste baby is die ik ooit heb gezien en gevoelens van trots ontbreken al helemaal. Schrikken doe ik overigens niet. Achteraf denk ik dat ik de baby kleiner en fragieler had verwacht, maar ze was al een echt mensje. Daar is de verloskundige het mee eens. ´Zo, die ziet er goed uit zeg. Dat heb je goed gedaan´, zegt ze. In korte tijd dat Nora bij me ligt, ik denk dat dit maximaal vijf minuten is geweest, gebeurt er om ons heen nog best veel. Nora wordt vakkundig opgetild door de verloskundige en krijgt van de verpleegster een mutsje op. Ze doen mijn shirt omhoog; huid-op-huidcontact is belangrijk en de baby mag het niet koud krijgen. Zo ligt ze korte tijd bij me. Al die tijd heb ik volgens mij nog niks gezegd en ben ik compleet overdonderd door wat er gebeurd is. Ik kijk naar mijn baby die onder het huidsmeer zit en besef me niet dat zij nog geen vijf minuten geleden nog in mijn buik zat. We moeten wel een beetje haast maken. Jeroen mag de navelstreng doorknippen en Nora wordt bij me weggehaald. Ze gaat onderzocht worden door de kinderarts en met mij moet ook nog één en ander gebeuren.

Beschuit met muisjes en een wonderbaby

In de  verloskamer staat een couveuse, maar ik heb geen idee of die er tijdens de bevalling ook al stond. De onderzoekstafel bevindt zich enkele meters van het bed waar ik in lig. Ik krijg twee oxytocine-injecties en een infuus voor extra vocht, de placenta wordt geboren en ik word gehecht. De sfeer in de kamer is omgeslagen. Waar eerst een enorme spanning hing en er veel chaos en hectiek was, is het nu bijna gezellig te noemen. De verloskundigen praten en lachen met elkaar, op de onderzoekstafel waar Nora ligt gaat het er rustig aan toe en de verpleegster zegt dat ze beschuit met muisjes gaat halen en wat te drinken voor me in gaat schenken. Dat kan ik wel gebruiken, want ik realiseer me dat ik sinds lunchtijd niks meer gegeten heb. Wat er precies met Nora gebeurt, kan ik me niet goed meer herinneren maar ik weet nog wel dat alles door de kinderarts uitgebreid wordt toegelicht. Ze krijgt plakkers op haar lijfje waarmee ze wordt aangesloten op de monitor. Die houdt haar ademhaling en hartslag in de gaten. Er wordt een lampje onder haar voet geplakt, ook aangesloten op de monitor. Hiermee checken ze het zuurstofgehalte in het bloed. Nora wordt op de weegschaal gelegd en blijkt al 1930 gram te wegen, super netjes voor haar termijn. Ze heeft geen extra zuurstof en ademhalingsondersteuning nodig, blijkt tien vingers en tien teentjes te hebben en scoort eerst een 9 en daarna een 10 voor de Apgartest. Tijdens de onderzoeken, vraagt de kinderarts aan Jeroen of hij haar wil aanraken om haar gerust te stellen. Uit automatisme begint hij haar zachtjes over haar gezichtje te strelen. Voor prematuren is dat echter helemaal geen fijne manier van aanraken, vertelt de kinderverpleegkundige geduldig. Je kunt je best je hand op haar hoofd, arm of beentje leggen en hem stevig laten liggen. Dat geeft de baby een veilig gevoel.

Ik wil geen platte buik

Zelf zit ik voornamelijk vol met adrenaline. Achteraf gezien duurt het nog een paar dagen, of eerlijk gezegd zelfs weken, voordat ik me precies besef wat er allemaal is gebeurd. De bevalling zie ik als de eerste drie loopings en kurkentrekkers van de achtbaan die we in zijn geduwd. Ik praat wat met de verloskundigen die me complimenteren met hoe goed ik het heb gedaan. Dat voel ik zelf nog niet zo. Ze geven aan dat ik de komende dagen wel wat last kan hebben van mijn buik. De bevalling ging erg snel, waardoor ik waarschijnlijk wel naweeën zal krijgen en tijdens en na de bevalling is er met brute kracht op mijn buik geduwd. Eerst om Nora geboren te laten worden, later om de komst van de placenta te versnellen. ‘Nu alweer een super platte buik’, zegt één van de verloskundigen en ik glimlach, maar blij ben ik niet. Ik weet dat ze het lief bedoelt, maar ik wil helemaal geen platte buik. Daar had nog minstens vijf weken een baby’tje in moeten zitten. Mijn baby die nu daar op de onderzoekstafel ligt, een sonde in haar neusje krijgt en een infuus in haar arm met een enorme spalk eromheen. Wat ben ik blij dat ik dat niet van dichtbij hoefde aan te zien.

De beste douche van je leven

Met Nora lijkt het ook na de onderzoeken heel erg goed te gaan. De arts ziet niets zorgwekkends waar meteen wat aan gedaan moet worden. Het is een sterk meisje en dat is een hele opluchting. Ze mag nog even bij me liggen voor ze met de couveuse naar de kinderafdeling zal worden gebracht, als ik dat wil tenminste. Inmiddels ben ik gehecht en lig ik onder de dekens. Dat ligt een stuk prettiger dan met de benen omhoog. Nora wordt door de kinderarts voor een tweede keer op mijn borst gelegd. Hoe lang ze daar ligt, weet ik niet meer. Dat kunnen vijf minuten zijn geweest, maar ook een halfuur. We eten beschuit met muisjes en drinken wat. De verpleegster stelt voor om wat foto´s van ons te maken. Nog steeds voel ik me verdoofd en heb ik weinig emoties. Huilen heb ik sinds haar geboorte nog niet gedaan. Inmiddels zal ze ongeveer een uurtje oud zijn, maar het kan ook een halfuur jonger of ouder zijn. Een van de verloskundigen vertelt me dat ik zo even lekker mag douchen. ´Dat wordt echt de beste douche die je ooit hebt gehad´, zegt ze en ik geloof haar meteen. Iets later verlaten de verloskundigen en de kinderarts de kamer. Nu zijn het dus alleen nog de kinderverpleegkundige, de obstetrieverpleegkundige en wij met zijn drietjes. Er wordt gevraagd wat we zo dadelijk willen. Ik moet gaan douchen en Nora moet naar de kinderafdeling. De vraag is of Jeroen bij mij blijft of mee gaat met onze dochter. Er is geen goed of fout, wordt er meerdere keren gezegd, maar ik durf niet te zeggen dat ik wil dat Jeroen bij mij blijft dus dring ik erop aan dat hij met Nora mee moet gaan. Gewoon omdat ik het gevoel heb dat dat hoort. Ik geef hem een kus en ze lopen de kamer uit. Ik mag douchen. De verpleegkundige vertelt me dat ik eerst even op de rand van het bed moet gaan zitten om te kijken of ik niet duizelig word. Dat is gelukkig niet zo. Bovendien is alles nog aardig verdoofd dus voel ik me verrassend goed. In de badkamer wil ik meteen onder de douche gaan staan, maar de verpleegster dringt erop aan dat ik ga zitten op het krukje. Ik voel me enorm kwetsbaar als ik daar onder de douche het bloed en zweet zit weg te spoelen. Wow, wat is er zojuist allemaal gebeurd? Beseffen doe ik het nog steeds niet. Ik wil hier wel een halfuur blijven zitten, maar voel me een klein beetje opgejaagd. Tijd om mijn haren te wassen is er niet. En dus sta ik na een paar minuten alweer op van het krukje. De verpleegster helpt me afdrogen en trekt me een netbroekje aan. Mijn vieze kleding wordt in een vuilniszak gedaan, maar schone kleding ligt nog op mijn oude kamer. Het ging zo snel dat ik ze niet mee heb kunnen nemen. Die beste douche van mijn leven is een beetje een anticlimax.

De familie verrassen

Zittend in mijn ziekenhuisbed word ik de afdeling over gereden naar mijn oude kamer. Ik zie de route die we zo’n twee uur geleden – met bijna volledige ontsluiting – gelopen hebben en verbaas me erover dat het maar zo’n kort stukje is. De verloskamer is maar zo’n vijf kamers verder dan de kamer waar mijn bevalling begon. Terwijl ik in het bed voor de deuropening sta, verzamelt de verpleegster al mijn spullen en legt ze op het bed. Ik word nu naar de kinderafdeling gebracht, één verdieping lager. Het is inmiddels rond 22:30, twee uur na de geboorte van Nora. Op de kinderafdeling hebben we een kamer voor onszelf, in elk geval voor de eerste week wordt ons verteld. Nora ligt in een couveuse middenin de kamer en mijn bed staat aan de raamkant. Hier ga ik mijn kraamtijd tegemoet, krijg ik te horen. Jeroen komt naast me op het bed zitten. Voor mijn gevoel hebben we beiden nog niet echt in de gaten in wat voor rollercoaster we terecht zijn gekomen. Er loopt verschillend personeel in en uit maar ik herinner me niet goed wat ieders functie was. Een verpleegkundige vertelt me dat ik binnen drie uur moet plassen en dat ik anders een katheter krijg. Dat vond ik na de bevalling zo’n ellende en wilde ik dus echt niet meer. Gelukkig hebben we een hele lieve kinderverpleegkundige die meteen drinken voor ons gaat halen. Jeroen en ik bespreken dat we graag onze ouders willen bellen om te laten weten dat Nora geboren is. Die zullen ook wel enorm in spanning zitten, want normaal stuurde ik bijna elk uur een update van hoe het met me ging. ‘Geniet er even van dat alleen jullie dit nog maar weten, joh’, zegt iemand op de kamer, maar voor mij is er nog weinig genieten aan. We gaan bellen. Eerst mijn ouders, dan die van Jeroen, de (schoon)zussen en wat andere familieleden. Iedereen reageert ontzettend opgelucht en blij. Wanneer ze haar mogen zien, vragen ze. We hebben geen idee.

Eindelijk onze avondmaaltijd

De kinderverpleegkundige vraagt of ik borstvoeding wil gaan geven. Ja, dat wil ik. Omdat Nora nog zo klein is, kan ze nog niet zelf drinken. Ze krijgt voorlopig alle voeding via de sonde die van haar neusje naar haar maag loopt. De verpleegkundige vertelt dat ze me zo dadelijk meteen gaat uitleggen hoe ik moet kolven, want dan kunnen ze Nora direct mijn melk geven. Rond middernacht wordt Nora eerst verzorgd. Ze krijgt een schone luier en wij mogen toekijken. Het voelt nog steeds niet als mijn baby die daar in de couveuse ligt. Ik had het me zo anders voorgesteld allemaal. Thuis bevallen, urenlang knuffelen in bed en daar de eerste dagen niet meer uit komen. In plaats daarvan lig ik vol met adrenaline in een ziekenhuisbed met een couveuse naast me en hebben we zo’n drie uur geleden een kindje gekregen op een heel andere manier dan ik voor ogen had. Nora krijgt het kleinste maatje luiers aan en zelfs dat is nog te groot. Jeroen mag haar voor het eerst even optillen om een schone luier onder haar lijfje te leggen. Hij vindt het doodeng. Of we nog wat willen drinken? Ja, graag. De verpleegkundige vraagt of ik er nog wat lekkers bij wil. Dan vertel ik haar dat ik sinds 12:00 uur vanmiddag niks heb gegeten. Ook Jeroen heeft geen avondeten op, omdat hij zich ’s middags naar het ziekenhuis heeft gehaast en middenin de hectiek terecht kwam. ‘Dan ga ik nú wat eten voor jullie halen’, zegt ze. Tien minuten later komt ze terug met een dienblad vol brood, beleg en een grote kan water. Wat een lieverd. En zo zitten we om half 1 ’s nachts aan onze eerste maaltijd als kersverse ouders.

Eindelijk even rust

Om half 2 ’s nachts komt de kinderverpleegkundige aanlopen met het kolfapparaat. Ze legt me uit hoe ik dit moet gebruiken, elke drie uur, maar ik pik het niet echt op. Ik wil eigenlijk gewoon in bed gaan liggen en slapen. ‘Dat geeft niks’, zegt ze. ‘We leggen het je met liefde nog tien keer uit.’ Het is echter wel belangrijk om direct met kolven te beginnen, zeker voor prematuren is deze melk het allerbeste. Gelukkig komt er deze kolfsessie al een klein beetje melk uit. Genoeg voor nu, want Nora krijgt maar 2cc per voeding. Een halfuur later komt er een andere verpleegster binnen. Of ik al heb geplast inmiddels. Nee, en hoewel ik liters water heb gedronken heb ik ook nog steeds geen aandrang, vertel ik haar. Ze raadt me aan om het toch te proberen. Vaak moet je wel, maar voel je de aandrang gewoon minder als je net bevallen bent. Ik krijg een grote plastic fles om mee te spoelen op het toilet en de verpleegster heeft gelijk: ik moet wel degelijk plassen en niet zo’n beetje ook. Gelukkig maar, dan kunnen we dat ook weer afvinken. Ik kruip terug mijn bed in. Inmiddels is het bijna half 3 en Jeroen is doodmoe. Ik ook, maar ik sta stijf van de adrenaline. Eigenlijk mag Jeroen niet in het ziekenhuis blijven slapen, maar de verpleegster zegt dat ze voor deze keer wel een uitzondering wilt maken. We besluiten echter dat het toch beter is als hij even thuis gaat slapen. Zelf heb ik de afgelopen 48 uur ook maar zo’n twee uur geslapen, dus op die manier kan ik zelf ook nog wat rust pakken. Ik kan me niet voorstellen hoe het voor Jeroen moet hebben gevoeld om zijn vrouw en dochtertje in het ziekenhuis achter te laten. Zelf lig ik de rest van de nacht in bed zonder een oog dicht te doen. Ik vind het heerlijk dat ik weer even op mijn buik kan liggen maar van slapen komt het niet echt. Daarvoor is er teveel gebeurd.

Wil je meer lezen? Lees hier:

2 Comments

  • Manita

    Wat een rollercoaster inderdaad waar jullie in een paar uur tijd in terechtkwamen. En dan is ineens jullie dichtertje geboren, Nora Mae. Niet vreemd dat je dat besef niet meteen had, een vrouw is tenslotye niet voor niets 9 maanden zwanger. Maar wat hebben jullie t goed gedaan en wat een mooi , sterk meisje werd er geboren.❤❤

  • Licia

    Echt niet gek hoor dat je na zo’n bevalling je niet meteen “moeder” voelt en dat de “roze wolk” nog ver weg is. Dit ging allemaal zo snel en onverwacht en je had het je zo anders voorgesteld.
    Maar helemaal eens met de verloskundige; ” je hebt het geweldig gedaan” en we hebben een prachtige kleindochter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *