Persoonlijk

13 en 14 mei 2020 – De dagen voor de bevalling

In mijn vorige blog schreef ik dat ik vermoedelijk vruchtwater verloor en door de verloskundige werd doorverwezen naar het ziekenhuis. En natuurlijk gebeurt dat soort dingen altijd midden in de nacht, dus zitten we rond 01:30 in de auto op weg naar het ziekenhuis. Ik weet niet zo goed meer waar we het onderweg over hebben. Wel herinner ik me dat ik nog steeds vrij kalm ben en ook Jeroen blijft rustig. Gelukkig wonen we dicht bij het ziekenhuis, en het is natuurlijk super rustig op de weg, dus binnen een kwartier rijden we het parkeerterrein op. De verloskundige had ons instructies gegeven over welke ingang we moeten nemen, aangezien het nacht is, en welke route we in het ziekenhuis moeten volgen naar het Vrouw Kind Centrum.

De eerste nacht

Aangekomen op de juiste afdeling worden we al opgewacht door een verpleegkundige. ‘Hoi, jij bent vast Nienke?’ vraagt ze, en ze brengt ons gelijk naar een kamer. Meteen word ik aangesloten aan een CTG. Eerst maar eens kijken of met de baby alles oké is. ‘Heb je de baby goed gevoeld vandaag?’ Daar moet ik even over nadenken. Dit is geen goede vraag om te stellen aan een onzekere moeder, want meteen begin ik te twijfelen. Misschien had ik de baby ’s avonds inderdaad wat minder gevoeld, maar zeker wist ik het niet. Gelukkig lijkt op de CTG met de baby vooralsnog alles goed te gaan. Mijn temperatuur en bloeddruk worden gemeten maar ook dat is in orde. Of ik last heb van krampen, vraagt ze. Op dat moment pas realiseer ik me dat ze doelt op het feit of ik misschien al weeën heb. En ook dit is weer zo’n vraag die ik op dat moment niet goed kan beantwoorden. Ja, af en toe een hele lichte kramp. Maar dat heb ik al weken, toch? Twijfel, twijfel, twijfel.

Na een tijdje aan de CTG gelegen te hebben, komt er een verloskundige de kamer binnen. ‘Zo, dat is vast enorm schrikken’, zegt ze, maar ik ben nog steeds heel kalm. Stiekem heb ik zelfs het idee dat ze dat een beetje raar vinden, maar dat is ongetwijfeld mijn eigen interpretatie. Er wordt snel een echo gemaakt waarop blijkt dat er nog meer dan genoeg vruchtwater is. Jeroen overhandigt haar het potje met ‘vruchtwater’ dat we van huis hebben meegenomen. De verloskundige legt uit dat ze het onder de microscoop gaat bekijken en dat ze dan meteen kan zien of het vruchtwater is. Er is dan namelijk een varenstructuur te zien. Afwachten, dus. Na ongeveer een kwartier komt ze terug met de mededeling dat ze toch twijfelt. Ze ziet heel licht wel die varenstructuur, maar duidelijk is het niet. Het zou kunnen zijn dat het vruchtwater gemengd is met wat urine, maar om honderd procent zekerheid te krijgen, willen ze graag mijn blaas legen en inwendig onderzoek doen om te kijken of ik daadwerkelijk een scheurtje in mijn vliezen heb. Op naar de onderzoekskamer, waar ik me meteen mag uitkleden – toch een tikkeltje ongemakkelijk. De verloskundige vraagt of ik al eerder inwendig onderzoek of een katheter heb gehad en dat is niet het geval. ‘Gewoon ontspannen blijven, dan valt het best mee’, zegt ze. Net voordat ik in de onderzoeksstoel wil kruipen, voel ik dat ik weer wat verlies en de verloskundige is er meteen bij om wat op te vangen. ‘Zo, dat is mooi zegt ze. Scheelt toch weer een onderzoekje.’ En ik ben ook opgelucht dat ik geen onderzoek krijg, terwijl ik tegelijkertijd hoop dat het geen vruchtwater is. Wel neemt de verloskundige nog een kweekje af zodat ze kunnen testen op infecties. Ze gaat nogmaals achter de microscoop zitten en ziet direct dat het inderdaad vruchtwater is.

Ik word door de verpleegster terug naar mijn kamer gebracht en meteen wordt er een plan van aanpak gemaakt. Longrijpers ga ik krijgen, in de vorm van twee injecties om ervoor te zorgen dat de longen van de baby sneller rijpen. Ik ben vandaag precies 32 weken zwanger en voor 34 weken worden, zo vertelt de verloskundige, altijd longrijpers toegediend. Ook krijg ik weeënremmende tabletjes die ik om de zoveel uur moet innemen. Alles om ervoor te zorgen dat de baby zo lang mogelijk binnen blijft. Rond een uur of 3 ’s nachts komt de verpleegkundige met de eerste injectie. Een vervelende prik is het, gelukkig is Jeroen er nog zodat ik zijn hand fijn kan knijpen. Daarna besluiten we dat hij toch maar naar huis moet gaan om een paar uurtjes te slapen, zodat ik ook wat slaap kan pakken. Tot dan toe hebben we nog niemand ingelicht, ook omdat we mensen niet onnodig ongerust willen maken. Maar dit lijkt ons toch wel het moment om onze ouders een berichtje te sturen. Hierin geven we aan dat ze Jeroen kunnen bellen of appen als ze meer willen weten. Ik doe die nacht geen oog dicht. De banden van de CTG zitten onprettig om mijn buik maar mogen absoluut niet af en om de zoveel uur moet ik weeënremmers slikken.

Woensdag 13 mei

Op de vroege woensdagochtend heb ik mijn moeder aan de telefoon. Natuurlijk is iedereen enorm geschrokken, waarschijnlijk nog veel meer dan ik, maar ik merk ook dat ze zich rustig probeert te houden om mij ook rustig te laten blijven. De CTG ziet er nog steeds goed uit en mijn temperatuur en bloeddruk worden om de paar uur gemeten maar laten ook niks raars zien. Wel heb ik het enorm warm en heb ik hoofdpijn maar dat zijn waarschijnlijk bijwerkingen van de weeënremmers. Op de vraag of ik in het ziekenhuis moet blijven, krijg ik niet echt duidelijkheid. Gelukkig ben ik nog steeds de rust zelve. Ik heb totaal niet het idee dat onze baby binnen nu en een aantal dagen, of zelfs weken, geboren gaat worden. Misschien naïef, maar waarschijnlijk was ik gewoon zo overvallen door de situatie dat ik niet meer helemaal rationeel kon nadenken. Ik laat Jeroen weten wat hij van huis moet meenemen en werk mijn ziekenhuisontbijtje weg. Een verpleegkundige vertelt me dat ze met de arts gaat overleggen over wat ze met me gaan doen. Ook komt er een verloskundige en gynaecoloog binnenlopen (weer die ellendige vraag: ‘Geen last van krampen?’) en verder is het vooral liggen en afwachten. ’s Ochtends is Jeroen bij me en in het begin van de middag gaat hij nog even naar huis. Ik word gebeld door mijn ‘eigen’ verloskundige. De volgende dag hebben we een intake met de kraamzorg gepland staan en ik vraag haar of we dat door moeten laten gaan. Ze adviseert het door te laten gaan maar vertelt ook dat ze 99% zeker weet dat de baby voor 37 weken geboren gaat worden en dan krijg je kraamzorg in het ziekenhuis.

Aan het eind van de middag komen er twee kinderartsen langs. Pas dan dringt echt de ernst van de situatie tot me door. Voor het eerst begin ik in paniek te raken en word ik verdrietig van hoe de situatie is. De artsen lichten verschillende scenario’s toe en vertellen me wat er eventueel zou kunnen gebeuren tijdens of na de bevalling. De onzekerheid vind ik erg lastig om mee om te gaan. Het kan zijn dat de baby direct nadat ze geboren is wordt meegenomen en dat ik haar later pas terugzie op de kinderafdeling, krijg ik te horen. Dat wil ik niet! Dat is zo anders dan ik me had voorgesteld.

Donderdag 14 mei

De tweede nacht in het ziekenhuis, en de eerste volledige, slaap ik gelukkig een stuk beter. Wel word ik stipt om 03:00 uur weer gewekt voor de tweede injectie longrijpers. Deze moet ik alleen doorstaan, maar omdat ik weet wat ik moet verwachten valt het me mee. Ik hoef niet meer continu aan de CTG te liggen en mag ook even lekker douchen. Eindelijk even uit bed, heerlijk. De douche voelt als een gezellig uitje. Ondertussen blijf ik kleine hoeveelheden vruchtwater verliezen. Krampen heb ik nog steeds nauwelijks. ’s Middags hebben we telefonisch de intake met de kraamzorg. We weten niet of we hier gebruik van kunnen maken, maar het is toch fijn om wat dingen besproken te hebben mocht het ons wel gegund zijn. Ook komt er weer een gynaecoloog langs om aan mijn buik te voelen. Het ziet er allemaal goed uit zegt ze. Mocht de bevalling uitblijven gaan ze me met 37 weken inleiden in verband met infectiegevaar. Dat duurt nog vijf weken, denk ik, en nog steeds ben ik in volle overtuiging dat we dat gaan halen. Na 72 is het grootste risico voorbij en vergroot de kans dat de baby langer blijft zitten aanzienlijk.

Vandaag krijg ik ook een kamergenote. Zij heeft ook vroegtijdig gebroken vliezen, maar is al 36 weken zwanger en wordt uiterlijk zaterdag ingeleid. We blijken bij de dezelfde verloskundigenpraktijk gelopen te hebben en zelfs door dezelfde verloskundige doorgestuurd te zijn naar het ziekenhuis, wat een bizar toeval. Al met al is deze donderdag een rustige dag. Maar na twee volledige dagen in een ziekenhuisbed, begint de verveling wel toe te slaan. Ook de gedachte dat ik hier misschien nog weken lig en niemand anders mag zien dan Jeroen, vind ik een beetje benauwend. Aan de andere kant, als het het beste is voor onze baby lig ik hier met liefde nog een paar weken in bed.

Alle blogs over Nora lezen?

2 Comments

  • Manita

    Wat heb je weer een mooi stukje geschreven Nienke. Bijzonder om te lezen hoe je je voelde en wat jullie allemaal verteld is. Geef dat allemaal maar eens een plekje op een paar dagen tijd als je ineens in zo’n rollercoaster terecht komt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *