Persoonlijk

12 mei 2020 – Toen het misging

Op 12 mei 2020, op een dinsdag, staat er een groeiecho gepland. Dit omdat de verloskundige tijdens mijn laatste controle vindt dat mijn buik een beetje aan de grote kant is. Om diezelfde reden krijg ik van de verloskundige de opdracht mezelf te prikken om te kijken of ik misschien last had van zwangerschapsdiabetes. Hiervoor moet ik me diezelfde dinsdag vier keer in mijn vinger prikken. De glucose dagcurve test, noemen ze dat. Op nuchtere maag en twee uur na elke hoofdmaaltijd prik je je in je vinger, je laat een druppeltje bloed op een strip vallen die je vervolgens invoert in een apparaatje. Dit apparaat laat – mits je het goed doet – een waarde zien die je opschrijft op een formulier. Mits je het goed doet, schrijf ik erbij, want natuurlijk ben ik weer zo onhandig bezig dat ik na mijn priksessie op nuchtere maag al door al mijn naaldjes en strips heen was. En zo komt het dat ik op de vroege ochtend alweer in het ziekenhuis zit om een nieuw priksetje op te halen.

Een spannende groeiecho

Voor de echo ben ik best zenuwachtig. Gelukkig ben ik de dag van tevoren gebeld door het echocentrum dat vanaf die week partners weer welkom zijn bij echo-afspraken omdat de coronamaatregelen worden versoepeld. Wat een opluchting, want ik ben bang dat ik anders helemaal in mijn emoties zou zitten als er iets niet goed blijkt te zijn. Dat laatste is gelukkig niet het geval. De echoscopiste doet uitgebreide metingen bij ons kindje, waar eigenlijk helemaal niks vreemds uit blijkt. De baby ligt qua grootte van het hoofdje twee dagen achter op het gemiddelde, qua omtrek van het buikje en bovenbeen enkele dagen vóór. Dat zijn echter totaal geen cijfers waar je je zorgen over hoeft te maken. En dus neemt de echoscopiste nog even uitgebreid de tijd om ons meisje mooi in beeld te brengen. ‘Ze heeft echt volle lippen’, zegt ze, ‘en echt al veel haartjes!’ Stiekem ben ik om dat laatste heel opgelucht, ik hoop op een baby met veel haartjes. Weer helemaal zorgeloos rijden we terug richting huis. Ik heb een extra afspraak met de verloskundige gepland staan de maandag erop. Ik kon alvast aan mijn geboorteplan gaan werken, had de verloskundige aangegeven bij de vorige afspraak. Met het reserveren van een bevalbad, want ik wil graag thuis en in bad bevallen, kon ik volgens haar beter nog even wachten. Als uit de suikertest zou blijken dat ik inderdaad zwangerschapsdiabetes heb, is er namelijk een grote kans dat ik in het ziekenhuis zou moeten bevallen. Daar schrok ik van, maar na deze positieve echo zie ik het weer helemaal zitten.

Zware wandeling

Die middag maken we tijdens onze lunchpauze – we werken immers nog steeds thuis – weer een wandelingetje door de wijk. Dat gaat al steeds moeizamer, merk ik. Die buik zit me eigenlijk best wel in de weg. Ik kan amper mijn eigen veters strikken en mijn conditie vliegt achteruit. Tijdens deze wandeling bespreken we dat we onze bevalcursus eigenlijk iets serieuzer moesten nemen. Vanwege corona kunnen we helaas geen echte cursus volgen, maar online heb ik een cursus hypnobirthing aangeschaft. Dat lijkt me wel wat namelijk. Deze cursus bestaat uit tientallen filmpjes die je kunt kijken, ademhalingsoefeningen en veel luisterfragmenten (een soort meditatie) om te luisteren wanneer je bijvoorbeeld in bed ligt. Helaas heb ik nog weinig goed gevoel bij de cursus en bijbehorende opdrachten – ik vind het allemaal maar een beetje zweverig en vraag me af of we niet beter voor een praktischere cursus hadden kunnen kiezen. Maar met 31+6 weken zwangerschap neem ik me voor om me echt goed in de cursus te gaan verdiepen, dan zou ik er vast wat aan hebben tijdens de bevalling. Na de wandeling lunchen we, prik ik me weer voor mijn suikerwaarden en gaan we nog een paar uurtjes aan het werk.

Wat gebeurt er?

’s Avonds kook ik redelijk simpel een ovenschotel met vis en groenten. Na het eten plof ik – zoals bijna elke avond – op de  bank. Ik kom niet meer overeind, alleen om naar het toilet te gaan. En dat moet ik steeds vaker de laatste tijd, maar vanavond is het helemaal erg. Ze zeggen weleens dat zwangeren een beetje incontinent kunnen worden en meer afscheiding verliezen, maar voor mijn gevoel is het deze avond wel heel erg. Rond 21:30 app ik mijn moeder dan ook met de vraag of zij hiervoor de verloskundige zou bellen. Ik begin me namelijk toch af te vragen of het geen vruchtwater kan zijn. Uiteindelijk besluit ik de volgende ochtend even te bellen. Op het internet lees ik dat vruchtwater vaak blijft lopen als je hard op je hand blaast. Dat is bij mij niet het geval. Als ik ’s avonds naar bed ga, zo rond 23:00 uur voel ik weer van alles lopen. Ik overleg met Jeroen wat te doen en ik besluit wat op te vangen in glaasjes op het toilet. Vruchtwater ruikt zoet, zeggen ze, en is transparant. Ik twijfel nog steeds. Het is inderdaad grotendeels transparant, maar ook wat roze. En de geur zou ik niet zozeer als ‘zoet’ omschrijven, maar eerder als metaalachtig. Na nog een poosje twijfelen, besluit ik toch even de verloskundige te bellen. Het zit me niet helemaal lekker. Dat telefoontje pleeg ik om 00:46. De verloskundige hoort me aan en besluit toch even langs te komen om te checken. Ook geeft ze aan dat, mocht het inderdaad vruchtwater blijken te zijn, ik naar het ziekenhuis moet. We wachten af en binnen een halfuur staat ze op de stoep. Gespannen ben ik nog niet, ik voel me heel kalm. Ook de verloskundige geeft aan te twijfelen en stuurt ons voor de zekerheid door naar het ziekenhuis. Ik maak me nog steeds weinig zorgen en heb de naïeve gedachte dat ik de volgende ochtend gewoon weer thuis aan het werk ga. Snel pakt Jeroen wat spulletjes bij elkaar en stappen we de auto in. Niet wetend dat ik niet meer zonder baby thuis zou komen.

Alle blogs over Nora lezen?

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *